Branden van hout (houtskool)
Vroeger werden houtskool en hout dat in de mondi was geraapt, gebruikt bij het koken. Dit was voordat de kerosinefornuizen en later gasfornuizen hun intrede deden.
Het maken van houtskool vereist een speciale aanpak. Niet alle houtsoorten kunnen gebruikt worden voor het maken van houtskool. De meest gebruikte houtsoort op Bonaire was de ‘palu di kuida’’, (kui), maar de palu di obada (wabi), watapana, brasia, kibrahacha, en andere boomsoorten werden ook gebruikt. De sia boom en andere ‘zachte bomen’ waren hiervoor niet geschikt.
Eerst werd een gat gegraven, het had zo’n beetje de vorm van een driehoek. Onderin werd een rooster gelegd. Om het rooster te maken, werden lange, dunne takken gesneden, ze werden dan eerst verticaal en daarna horizontaal geplaatst.
Nadat men hout in de mondi had gezocht, moest het hout in stukken worden gehakt. De lengte van de takken is niet belangrijk, het hangt af van de omvang van de oven. Nadat het hout in stukken is gehakt, wordt het in de oven geplaatst. Er zijn mensen die twee of drie ogen en een opening voor de oven maken. Voor de ogen of de opening kunnen de yatu of stenen worden gebruikt. Daarna worden de takken bedekt. De takken werden vroeger bedekt met bladeren van oliba, zakken, etc. De laatste tijd worden platen van zink gebruikt.
Na twee tot drie dagen, kan de oven worden open gemaakt. Dit gebeurt wanneer er geen rook meer uit de oven komt.
Je kunt meer hierover lezen in ‘Boneiru di Antaño’ p.41 Boi Antoin – archivoboneiru.com