Dakbedekking met kafferkorenstengels

Bonairianen woonden oorspronkelijk in een kas di bara, ook wel huis met een dak van de maisplant of huis van maisplant. Kas di bara verwijst naar het feit dat er hoofdzakelijk takken van de palu di mangel (mangroveboon) gebruikt werden om muren te bouwen. Deze bara’s werden in elkaar gevlochten rondom de staak die in de aarde was gezet. Daarna werd een soort klei gebruikt, het werd op het frame van hout geplaatst. Er werd gras aan de klei toegevoegd zodat het een steviger massa werd. De muren van deze huizen werden met de hand gepleisterd om ze glad te maken.

In alle wijken waren er een of meer kuilen van waaruit men de klei haalde. De vrouwen droegen de klei op hun hoofd en brachten het naar de huizen in aanbouw. Om te voorkomen dat de grote blikken waarin vroeger kerosine en slaolie werden geïmporteerd, op hun hoofd drukten, bonden ze een doek vast op hun hoofd. De naam van deze doek was ‘knie.’ Het dragen van de blikken met klei naar de bouwplaatsen gebeurde vaak in de avond, vooral bij volle maan, terwijl de vrouwen werkliederen zongen

Het werk om een dak voor het huis te maken was heel specialistisch. Nadat het houten frame voor het dak was gelegd, werd dit met maisplant bedekt. De persoon die dit deed was een bedekker, een kubridó.

Als onderdeel van het huis werd soms ook een afdak van flambeu (dun hout dat overblijft wanneer de kadushi is verdord) aan de voorkant gemaakt als een soort galerij. En op het erf werd soms ook een kleinere kas di bara gemaakt. Dit werd als opslagplaats gebruikt. In deze huizen waren er geen toiletten of badkamers, die waren buiten op het erf.

Bron: Boneiru di Antaño II p.25, B. Antoin